There was a problem loading the comments.

Soorten DNS Records

Support Portal  »  Knowledgebase  »  Viewing Article

  Print

NS record

Een NS record geeft aan op welke (authoritative) nameservers de DNS zonefile van het domein te vinden is. Deze komen normaal overeen met de nameservers die in whois van een domeinnaam ook staan.
Bij HostingXS zijn deze niet door de klant aan te passen, je kunt hiervoor een aanvraag doen via een ticket.

Het is ook mogelijk om voor een sub domeinnaam andere nameservers te definiëren, dit is dan wel mogelijk bij HostingXS. Er is nog wel een discussie over of we nameservers niet aanpasbaar willen maken voor klanten.

A record

De A record geeft aan naar welk IP adres een domeinnaam of sub domeinnaam verwijst. De A record is het enige record dat op een kale domeinnaam dus zonder sub domein werkt, maar wordt ook veel voor sub domeinnamen gebruikt worden. Let wel op een A record is voor IPv4, bij ipV6 gebruik een AAAA record.

AAAA record

Voor een AAAA record geldt hetzelfde als voor een A record, maar dan voor het gebruik van IPv6 adressen.

CNAME record

Voor CNAME records geldt dat deze verwijzen naar een een ander record. Dus je verwijst niet naar een IP, maar een naam. CNAME records kun je dan ook alleen voor sub domeinnamen gebruiken, nooit voor een kale domeinnaam. Hierbij moet je opletten dat je bij het aanmaken van het record verwijst naar een bestaande naam. Daarbij moet je ook opletten hoe je de waarde invoert. meestal zul je de waarde van het record moeten afsluiten met punt(.), als je dat niet doet wordt de domeinnaam er achter geplaatst. voorbeeld:
google.com. gaat verwijzen naar google.com
google.com gaat verwijzen naar: google.com.domeinnaam.tld

MX record

MX records zijn mail-exchange records, deze bepalen waar de mail van een domeinnaam naar toe gestuurd word. Deze lijken veel op een CNAME record, ook hier verwijs je naar een naam en nooit naar een IP adres Deze records hebben twee waarden de prioriteit en de naam van de server. De prioriteit bepaal je met een getal tussen 0 en 65535. Hoe hoger het getal hoe lager de prioriteit. De waarde van de MX records bij HostingXS zijn standaard:
10 virusscan01.hostingxs.nl.
10 virusscan02.hostingxs.nl.
100 mailrelay.hostingxs.nl.

TXT record

TXT records zijn een soort va vrije records, je kunt van alles opgeven bij de waarde van een record. Vaak worden ze gbruik op de kale domeinnaam, om bijvoorbeeld te controleren of je houder bent van een domeinnaam. Dit zie je terug bij het overstappen naar Office 365 of Google Suite. Daarnaast worden ze gebruikt voor SPF records en DKIM records, dit zijn dus geen aparte records, maar txt records met bepaalde waarden.

CAA record

Het CAA record (Certificate Authority Authorization record), wordt gebruikt om extra controle te hebben over SSL certificaten die worden uitgegeven voor het domein. je geeft met het record aan welke CA (Certificaat Autoriteit) certificaten mag uitgeven voor het domein. Je mag meerde CAA records instellen voor een domeinnaam of voor specifieke subdomeinnamen. Bij hostingXS gebruiken we standaard twee CAA records voor oinze klanten.
    0 issue "comodo.com"
    0 issue "letsencrypt.org"
Let er dus op dat als er een CAA record staat voor 1 van beide dat de andere partij geen certificaten kan uitgeven voor de domeinnaam of een van de subdomeinnamen.

SRV record

Een SRV record (Service record) definieert een volledige service. van naam protocol tot welke server en poort. Dit type record ziet er vaak erg complex uit. Dit komt om dat zowel de naam als de waarde van het record invloed hebben op de werking.
Hieronder de uitleg op basis van een voorbeeld:
_service._protocol || prioriteit gewicht poort doelserver.
service: De naam die aan de service word gegeven, deze begint vaan met een underscore(_).
_protocol: het protocol wat gebruikt wordt door de service, Dit is meestal TCP, UDP of TLS.
prioriteit: Dit is prioriteit van het record ten opzichte van gelijksoortige records, des te lager de waarde des te hoger de prioriteit net als bij MX records.
gewicht: is een gewichtsbepaling voor records met dezelfde prioriteit. Hoe hoger het gewicht hoe groter de kans dat het record wordt gebruikt.
poort: het poortnummer dat de service gebruikt op de doel server.
doelserver: de servernaam net zoals bij CNAME en MX records, let dus op op deze moet afsluiten met een punt(.)
We zien dit soort records vooral bij office 365 hieronder een voorbeeld:
naam 	        ttl 	type 	waarde
_sip._tls 	3600 	SRV 	100 1 443 sipdir.online.lync.com.

NAPTR record

Een NAPTR record (Name Authority Pointer record) is een record dat we bijna niet tegen komen, maar soms is hier vraag naar. NAPTR records worden meestal gebruikt in combinatie met SRV records. De versie die wij wel eens tegenkomen betreft meestal een school die is aangesloten op eduroam. het gaat bij dit type record om de waarde van het record.
Vooorbeeld van een record:
order 	preference 	Flags 	Service 	        RegEx 	Target
50 	50 	        "S" 	"x-eduroam:radius.tls" 	"" 	_radsec._tcp.kennisnet.eduroam.nl.

Share via
Did you find this article useful?  

Related Articles

© HostingXS